Stap voor stap naar een leven buiten de voorziening

Er heerste een warm en familiair gevoel. Iedere dag stond een team van begeleiders voor ons klaar

In het boek ‘Instelling? Positief!’ vertellen verschillende jongeren over het leven uit en buiten de voorziening. Geen verhalen over de instelling, maar verhalen over de keuze voor een positieve ingesteldheid.

Claire is er een van die jongeren. Na zeven jaar in een voorziening stond ze op eigen benen. Vooral de administratie en eenzaamheid wogen in het begin het zwaarst door.

- Melanie De Vrieze


In het boek vertellen jongeren hoe hun leven verloopt nadat ze de deur van de voorziening achter hen gesloten hebben, wat ze zelf van de begeleiding vinden en welk verhaal ze willen delen. Met haar getuigenis wil Claire (24) de beeldvorming over jongeren met een ervaring in jeugdhulp bijstellen. “In de media wordt daar te vaak negatief over bericht”, zegt ze.

Rond haar negende verbleef Claire voor een eerste keer in een voorziening. Na vier maanden keerde ze terug naar huis, maar verbleef opnieuw in een voorziening van haar elfde tot haar achttiende. Claire kijkt met gemengde gevoelens terug op die periode. “Ik ben blij dat ik werd geplaatst omdat thuis wonen onleefbaar was. Mijn papa was ijzerhandelaar en stouwde het huis vol. Tegelijk vond ik het niet leuk om naar een voorziening te gaan, want ik had er niet zelf voor gekozen.”

Warmte

Claire kwam terecht in een leefgroep met acht meisjes. Ondanks de vaak typische ruzies, houdt Claire toch een goed gevoel aan de leefgroep over. “Er heerste een warm en familiair gevoel. Iedere dag stond een team van begeleiders voor ons klaar.” Toen ze zestien werd, was het voor haar duidelijk dat ze de stap naar alleen wonen zou zetten. Ze kreeg kamertraining en kon binnen de voorziening in een van de drie studio’s wonen. “Ik leerde om het alleen wonen te combineren met mijn studies, met zelf te koken en met het in orde brengen van paperassen. In het begin ging ik nog twee keer per week naar de leefgroep. Naarmate ik zelfstandiger werd, werd dat afgebouwd.”

Administratie

Na haar achttiende ging Claire alleen wonen. Haar begeleidster uit de voorziening kwam een keer per week langs. “Afhankelijk van mijn vragen of bezorgdheden op dat moment, kwam ze een uur langs om me te helpen. Meestal hielp ze me met mijn administratie en liepen we van hot naar her om documenten in orde te brengen bij de gemeente of het OCMW. Een uur per week was vaak te weinig om alle administratieve zaken in orde te brengen. Soms was er zelfs amper tijd om met elkaar te praten. Die administratieve rompslomp vond ik toch wel een lastig aspect van het alleen wonen.”

AanpassingHet boek ‘Instelling? Positief!’

Helemaal alleen haar boontjes doppen, voelde in het begin ook vreemd aan voor Claire. De grootste aanpassing was voor haar de eenzaamheid. “In de voorziening was ik het gewoon om voortdurend omringd te worden en opeens valt dat weg. Ook al heb je vrienden en mensen waarop je kunt rekenen, toch heb je het gevoel dat je alleen bent. Je kan ook niet thuis aankloppen, bij je mama of papa.”

Van die eenzaamheid heeft Claire vandaag veel minder last. Ze behaalde haar diploma aan de hogeschool en werkt nu iets meer dan twee jaar. Sinds kort woont ze ook samen met haar vriend.

Het boek ‘Instelling? Positief!’ kan besteld worden via mail bij Cachet vzw:  contact@cachetvzw.be


Ontdek meer verhalen in het overzicht
Tekst: Melanie De Vrieze

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.