Nicole en Gregory over jeugdhulp in 2016

We moeten opnieuw geloven in mensen

Het was een bewogen jaar. Ook in de Vlaamse jeugdhulp is er veel gebeurd. Van het actieplan rond tienerpooiers tot de maatschappelijke beroering na het overlijden van Jordy. Twee geëngageerde jongeren met een verleden in de jeugdhulp, blikken terug.
 

JANUARI 2016

Vlaams minister van welzijn Jo Vandeurzen lanceert een actieplan voor een betere bescherming van slachtoffers van tienerpooiers, voorheen bekend als ‘loverboys’.

“Tienerpooiers moeten veel harder aangepakt worden”

Nicole: “Ik vind het een zeer goede zaak dat de term ‘loverboys’ vervangen is. Dat klinkt veel te positief. Terwijl het echt om pooiers gaat. Woorden zijn heel belangrijk, ze kunnen het begin van verandering zijn. Onlangs hoorde ik op een studiedag iemand zeggen dat hij op een ‘probleemschool’ werkte. Tja, hoe wil je dan dat jongeren zich daar thuisvoelen?”

Gregory: “Binnen de jeugdhulp zijn die tienerpooiers een belangrijk probleem. Vooral omdat alle hulp dan ophoudt. Die meisjes zijn zo in de ban van hun ‘lover’, dat ze niet meer willen luisteren naar hulpverleners. Die staan dus heel machteloos. Maar het is logisch dat kwetsbare jongeren – vooral meisjes – sneller verleid worden door zulke types. Ze zijn op zoek naar veiligheid, naar een thuis. Misschien zijn ze vroeger zelf misbruikt of mishandeld door hun vader, en zoeken ze nu een soort vaderfiguur, een beschermer? Maar één ding staat vast: die tienerpooiers moeten veel harder aangepakt worden.”

Nicole: “Helemaal akkoord. Wat mij betreft, mogen ze bestraft worden als mensenhandelaars. Maar we moeten hen ook met de neus op de feiten drukken: ze doen het voor het geld en beseffen niet altijd wat hun daden teweegbrengen. Laat hen zien wat er met de slachtoffers gebeurt! Maar het moet ook al beginnen in de voorzieningen zelf. Die moeten een veilige haven zijn voor de jongeren, zodat ze geen veiligheid en bescherming moeten zoeken bij tienerpooiers. En er moet ook meer openheid komen, waardoor gesprekken over seksualiteit en relaties niet meer zo’n taboe zijn.”

**

FEBRUARI 2016

Jongerenwelzijn verfijnt de afspraken met de Antwerpse politie over tussenkomsten bij minderjarigen die agressief gedrag vertonen in een jeugdvoorziening. Aanleiding was het incident in november 2015 waarbij het Snelle Respons Team een 14-jarig Syrisch meisje uitschakelde met een verfkogel.

“Jongeren worden pas agressief als ze geen andere uitweg meer zien”

Gregory: “Hoe is het mogelijk dat het Snelle Respons Team – dat gespecialiseerd is in pakweg gijzelingen – in een jeugdvoorziening binnenraakt? Daar valt mijn mond van open. We mogen niet ontkennen dat er soms geweld is in voorzieningen. En ja, in mijn tijd was ik soms ook een agressief mannetje. Ik hing veel rond op straat en als je je daar wil manifesteren, moet je soms agressief uit de hoek komen. Anders lopen ze over je heen. Het is een overlevingsmechanisme. Dat vergeten hulpverleners soms. Jongeren worden pas agressief als ze geen andere uitweg meer zien, als ze zich misbegrepen voelen. En dus moeten begeleiders hen anders benaderen. Die jongeren hebben niet alle skills die zij normaal vinden. Daar moet aan gewerkt worden. Stap mee in hun wereld, bewandel samen de weg en breek die agressie stap voor stap af. Ik geloof heel erg in geweldloos verzet.”

Nicole: “Begeleiders mogen ook wat meer geduld hebben. Als ouder bel je toch ook niet meteen de politie, als je kind iets mispeutert? Eén misstap kan een jongere uit een voorziening soms heel lang achtervolgen.”

Gregory: “Eén ding vraag ik me wel af: zou de politie ook zo snel gebeld zijn als het geen Syrisch, maar een Belgisch meisje was?”

Nicole: “Waarschijnlijk niet. En ik kan me best voorstellen dat er soms taalproblemen of cultuurverschillen zijn. Maar dan moeten voorzieningen maar tolken inzetten, of plaatjes gebruiken.”

Gregory: “En er moeten ook meer opvoeders van allochtone origine komen. Ik herinner me nog Mohammed, een opvoeder die ik tijdens mijn stage ontmoette. Naar hem luisterden de allochtone jongeren veel beter. We moeten meer respect hebben voor cultuurverschillen. Nu wordt nog te vaak gedacht: die jongere komt naar ons land, dus hij moet zich maar aanpassen.”

**

MAART 2016

Op 22 maart vinden in de luchthaven van Zaventem en het metrostation van Maalbeek terroristische aanslagen plaats. Er vielen 35 dodelijke slachtoffers, onder wie de drie daders.

“Radicalisering is de schuld van onze maatschappij, die veel te veel jongeren uitsluit”

Nicole: “Ik herinner me die dag in maart nog heel precies. Een vriend van me werkt op de luchthaven in Zaventem, dus ik heb hem meteen gebeld. Gelukkig moest hij toevallig niet werken. Maar eigenlijk werd ik nog meer geraakt door de reacties op sociale media. Er vielen zoveel boodschappen van haat en racisme te lezen! Toen heb ik ook eens mijn mening op Facebook gezet: Wat jullie nu voelen, maken mensen uit oorlogsgebieden iedere dag mee. Net daarom vluchten ze naar hier! Sta daar even bij stil, voor je hen beschuldigt.

Gregory: “Zelf had ik er ook een heel dubbel gevoel bij. In de Gazastrook en in Syrië ontploffen elke dag bommen. Moet het echt zo dichtbij komen, voor we beseffen hoe erg het in de rest van de wereld is?”

Nicole: “En dan dat gespeculeer over radicalisering. Ik ben ervan overtuigd dat het de schuld is van onze samenleving. Dat zijn jongeren die zich altijd uitgesloten voelen, die niet geaccepteerd worden door de maatschappij. Als er dan iemand naar je toekomt en zegt: ‘jij hoort bij ons, kom vechten met ons’, dan ben je snel verloren. We zijn allemaal mensen, we willen ergens bijhoren.”

Gregory: “Het is logisch, en zelfs normaal, dat veel jongeren radicaal zijn. Zelf was ik als jonge gast ook radicaal tegen het systeem. Gelukkig ben ik toen geen jihad-ronselaar tegen het lijf gelopen. Daarom is het zo belangrijk dat de samenleving niet de jongeren straft, maar wel de ronselaars.”

**

APRIL 2016

Andrew Turnell, de Australische grondlegger van ‘Signs of Safety’ (SOS, kijken naar het positieve bij jongeren en gezinnen, niet vertrekken vanuit de problemen), was in ons land. De Ondersteuningscentra Jeugdzorg (OCJ) en de sociale diensten Jeugdrechtbank (SDJ) zijn hier al een tijdje mee aan de slag. Ook in het werkveld is positieve heroriëntering een bewuste keuze.

“Ik was het stuk krapuul met het grote bakkes. Terwijl je dat ook als een talent kunt zien: ik ben zeer communicatief”

Nicole: “Ik heb me wat verdiept in deze materie, en het gaat er vooral om dat je jongeren en ouders hun mens-zijn niet afneemt. Het is belangrijk dat iedereen samen rond de tafel gaat zitten en wordt gewezen op zijn eigen kracht en verantwoordelijkheid. Het is niet omdat ouders fouten hebben gemaakt, dat ze geen mensen meer zijn. We moeten verder kijken dan problemen, en opnieuw geloven in mensen.”

Gregory: “Zelf heb ik nooit het gevoel gehad dat iemand in me geloofde. Ik was het stuk krapuul met het grote bakkes. Terwijl je dat ook als een talent kunt zien: ik ben zeer communicatief. Jongeren uit de jeugdhulp worden te vaak als problemen gezien, terwijl er zoveel krachten en mogelijkheden zijn.”

Nicole: “Zelf heb ik dat ook ondervonden toen ik op mijn 18e een studierichting moest kiezen. Er werden keuzes gemaakt zonder echt naar mij te luisteren, zonder te vragen wat ik wilde. Daardoor ben ik al zo vaak opnieuw moeten beginnen. En ik ben lang niet de enige.”

**

MEI 2016

Uit het jaarverslag Jeugdhulp blijkt dat er in 2015 een kleine 20 procent meer aanmeldingen bij de crisisnetwerken waren dat het jaar voordien.

“Misschien vinden jongeren sneller de weg naar crisishulp, omdat die zo laagdrempelig is geworden”

Gregory: “Dat lijkt me logisch, aangezien we al jaren kampen met wachtlijsten. Er zijn heel wat jongeren die net op tijd aan de alarmbel trekken. Als ze dan nog één of twee weken moeten wachten voor ze hulp krijgen, gaan ze vaak erg diep. Of ze haken zelfs af.”

Nicole: “Al kunnen we het ook positief bekijken: misschien vinden jongeren sneller de weg naar crisishulp, omdat die zo laagdrempelig is geworden. Al blijft dan de vraag: hoe kunnen we dat voorkomen? Waarom wordt er niet meer gewerkt met de omgeving van jongeren. Ouders, leerkrachten, vrienden… Die zién toch dat het fout loopt? Waarom luisteren we niet meer naar hen?”

Gregory: “En we moeten ook kritisch durven kijken naar het werk in de voorzieningen. Als een jongere daar bijvoorbeeld begint met automutilatie, dan zit hij niet op zijn plaats. Waarom is het zo moeilijk om dat toe te geven?”

**

JUNI 2016

Verschillende werkgroepen geven suggesties voor de vernieuwing van het jeugdrecht. Ook politieke partijen mengen zich nu in het debat. Gevoelige thema’s, zoals enkelbanden voor minderjarigen en uithandengeving, komen aan bod.

“Zou het niet beter zijn om het hele gezin in een voorziening te plaatsen?”

Nicole: “Enkelbanden voor minderjarigen? Wat een vreselijk idee! Er wordt zo vaak vergeten dat we hier over jongeren praten. Mensen die nog in ontwikkeling zijn. Zij moeten fouten maken, dat hoort erbij.”

Gregory: “Als ze mij op mijn veertiende een enkelband hadden gegeven, dan was dat een trofee. De ‘foute’ jongens met wie ik toen rondhing, hadden me een echte held gevonden. En voor de rest van de maatschappij is het een stempel. Die hebben we nu al, maar met zo’n bandje is het wel erg zichtbaar. “

“Ik stel me bovendien vragen bij ‘volwassen’ worden op 18 jaar. Is dat niet te vroeg? Oké, wat mij betreft mogen 18-jarigen gerust met de auto rijden. Maar stemmen? En veroordeeld worden? Ik vind dat toch jong.”

Nicole: “Als jongeren zware fouten plegen, dan moet je hen begeleiden. En hen bijvoorbeeld een werkstraf geven die te maken heeft met hun misdaad. Als een jongere iemand fysiek heeft aangevallen, laat hem dan vrijwilligerswerk doen op de spoedafdeling van een ziekenhuis. Daar leert hij toch veel meer van dan wanneer hij thuis zit te niksen met een enkelband?”

Gregory: “Jongeren die feiten hebben gepleegd, leren nog het meest van een confrontatie met hun slachtoffers. Maar daarnaast vind ik ook dat ouders meer betrokken moeten worden. Waarom worden jongeren uit huis geplaatst? Het zou toch beter zijn om het hele gezin in een voorziening te plaatsen en heel intensief te begeleiden? Of denk ik nu weer te radicaal?”

interview-nicole.jpg

Interview Nicole

SEPTEMBER 2016

De 19-jarige Jordy Brouillard, die een verleden heeft in de jeugdhulp, sterft door ontbering in de Gentse Blaarmeersen. Er is veel discussie over de moeilijke overgang naar volwassenhulp.

“In Mechelen wordt alvast het goede voorbeeld gegeven. Daar werkt het OCMW intensief samen met jongeren uit de jeugdhulp”

Gregory: “Dit doet me denken aan mijn eigen vertrek uit de jeugdhulp. Op mijn 18e wilde ik er weg, koste wat het kost. Al besefte ik toen niet hoe moeilijk het zou worden. Ik kon terug naar huis, maar na een conflict met mijn moeder stond ik weer op straat. Gelukkig werd ik geholpen door het OCMW, maar ik had totaal geen netwerk. Iedereen in mijn omgeving had me al opgegeven. Veel jongeren komen na hun 18e ook in aanraking met drugs. Maar er is helaas niet altijd aangepaste drugshulp voor jongvolwassenen.”

Nicole: “Ik kan me goed voorstellen dat Jordy het beu was. Altijd maar nieuwe voorzieningen, nieuwe begeleiders. Veel jongeren worden moe van het systeem, wat natuurlijk jammer is. Elke kwetsbare jongere zou ook een vertrouwenspersoon of begeleider moeten hebben waarop hij na zijn 18de jaar nog kan terugvallen. Want het is oké om hulp te vragen. Je hebt alleen iemand nodig die je overtuigt. Iemand die zegt dat het een goed idee is om even je trots opzij te schuiven.”

Gregory: “In Mechelen wordt alvast het goede voorbeeld gegeven. Daar werkt het OCMW intensief samen met jongeren uit de jeugdhulp. Er zijn twee maatschappelijk werkers die jongeren voor hun 18e al begeleiden, en het OCMW heeft ook huizen gekocht waar jongvolwassenen tijdelijk kunnen wonen. Zo zou het overal moeten zijn. Ik ben ook voorstander van wat Jongerenwelzijn meer van plan is: netwerktafels organiseren op het einde van de rit. Je zet iedereen die de jongere kan helpen samen. Van spelers in klassieke jeugdhulp tot OCMW en volwassenhulp. Het is goed om het huidige en toekomstige netwerk van een jongere te versterken.”

**

OKTOBER 2016

De Conferentie rond Jonge Kinderen vindt plaats. Bij uithuisplaatsing bij jonge kinderen, wordt resoluut voor pleegzorg als eerste optie gekozen.

“Kwetsbare kinderen zijn vaak onveilig gehecht, een pleeggezin kan een veilige basis zijn”

Nicole: “Ik geloof zeker dat pleegzorg een goede keuze is, maar je moet wel met een tussenstap werken. Je kunt niet zomaar een kind wegplukken uit zijn gezin en ergens anders plaatsen. Eerst is een korte, intensieve begeleiding nodig. Waardoor kinderen goed begrijpen waarom ze even weg moeten bij hun ouders.”

Gregory: “Volgens mij los je dat alleen op door samen met ouders te werken. Overtuig hen van het belang van pleegzorg. Overleg, tot zij zelf inzien waarom het nodig is. En ga dan allemaal samen – kind, ouders én begeleider – naar dat nieuwe gezin. Dan begrijpt een kind dat dit een noodzakelijke, maar tijdelijke oplossing is. En dan ontstaan er minder loyauteitsproblemen. Voor alle duidelijkheid: ik geloof heel erg in pleegzorg. Zo’n gezin biedt een zekere warmte en hechting die je in een voorziening minder hebt. Kwetsbare kinderen zijn vaak onveilig gehecht, het is belangrijk dat ze een veilige basis hebben om uit te vertrekken én naar terug te keren.”

Nicole: “Het is ook goed dat kinderen zien hoe de dingen eraan toegaan in een ‘normaal’ gezin. Alleen is het jammer dat er zo’n groot tekort is aan pleeggezinnen. Mensen zijn vaak bang voor het onbekende, ze willen alleen hun eigen kind opvoeden.”

Gregory: “Dat is toch egoïstisch? Terwijl er zoveel kinderen in nood zijn. In onze samenleving, met onze welvaart, zou 70 procent van de gezinnen dat kunnen doen. In mijn ideale wereld zouden gezinnen zelfs verplicht worden. Al vind ik ook dat ze genoeg ondersteuning moeten krijgen, én meer verantwoordelijkheid. Ze moeten de kans krijgen om actief mee te werken aan de ontwikkeling van die jongeren.”

**

NOVEMBER 2016

Even een luchtig tussendoortje, of toch niet? De campagne ‘Donderdag Datedag’ wordt door minister Vandeurzen gelanceerd. Relatieondersteuning is nodig, zo blijkt uit onderzoek.

“Er zou opvoedingshulp voor gescheiden ouders moeten komen, zodat zij op dezelfde golflengte blijven”

Gregory: Mijn eigen ouders zijn jaren geleden gescheiden. Ze zagen elkaar doodgraag, maar het liep mis. Als er toen al zulke acties waren geweest, hadden ze het misschien wel gered. Maar daarnaast vind ik dat er vooral geïnvesteerd moet worden in opvoedingshulp voor gescheiden ouders, zodat ze op dezelfde golflengte blijven (of komen). Huis, geld, inboedel: verdeel het allemaal zoals je wilt. Maar de kinderen mogen nooit een speelbal worden. In hun belang moet er professionele hulp komen. Want kinderen zijn altijd het slachtoffer van een scheiding.”

**

DECEMBER 2016

Er werd ruim 4 miljoen euro ingezameld voor de tweede editie van Rode Neuzen Dag. Dat geld gaat naar vijf laagdrempelige crashplekken, gekoppeld aan het bestaande aanbod, voor jongeren die niet goed in hun vel zitten.

“Rode Neuzen Dag helpt om mensen bewust te maken van psychische problemen bij jongeren”

Gregory: “Dit vind ik absoluut een topactie. Tijdens de eerste editie, vorig jaar, heb ik samen met mijn neefje 8.000 euro ingezameld. Dit jaar heb ik het meer vanop een afstand gevolgd.”

Nicole: “Deze actie helpt om meer mensen bewust te maken van psychische problemen bij jongeren. Onlangs praatte ik erover met mijn babysitkindje, en dat wist al perfect waarover het ging.’

Gregory: “Al wil ik nu wel zien wat er met al dat geld gebeurt. We hebben allemaal neusjes gekocht, maar komen er nu ook effectief crashplekken? En wat is de rol van de overheid? Als het gaat over zorg, is het toch niet slecht dat de overheid een oogje in het zeil houdt en ervoor zorgt dat de kwaliteit gewaarborgd blijft.”

interview-gregory.jpg

Interview Gregory

JANUARI 2017

Al even een vooruitblik. De persoonsvolgende financiering voor meerderjarigen wordt uitgerold in de gehandicaptensector. Cliënten krijgen zelf een budget om zorg op maat te kopen. Zou dit ook een goed idee zijn voor kwetsbare jongeren?

“Meer autonomie én financieel inzicht zouden een goede zaak zijn voor kwetsbare jongeren”

Gregory: “Meer inspraak en autonomie zouden zeker een goede zaak zijn. En het zou ook niet slecht zijn als kwetsbare jongeren al voor hun 18e enig besef kregen van geld. Zelf had ik daar totaal geen benul van, toen ik ineens op eigen benen stond. Maar ik stel me toch ook vragen: is er geen risico dat jongeren opgelicht worden? Wat als hun ouders drank- of alcoholverslaafd zijn, zullen ze dan geen pogingen ondernemen om aan dat budget te knibbelen? En wat als ouders hun kinderen verwaarlozen? Moeten hulpverleners dat budget dan beheren? Op zich vind ik het een goed idee, maar er zal toch veel ondersteuning nodig zijn.”

Nicole: “Misschien kan het stapsgewijs ingevoerd worden? Geef jongeren eerst de helft van hun budget, en kijk wat er gebeurt.  Zo voorkom je al zeker financiële drama’s.”


Ontdek meer verhalen in het overzicht
Tekst: Stefanie Van den Broeck - Foto's Evelien Broeckx

      Nicole

  • 21 jaar
  • Studeert voor leerkracht lager onderwijs
  • Kwam op haar 17e in een Onthaal-, Observatie- en Oriëntatiecentrum terecht
  • Rondde een traject van begeleid zelfstandig wonen af
  • Droomt van een carrière als actrice

      Gregory

  • 32 jaar
  • Studeert aan het hoger instituut voor gezinswetenschappen (HIG)
  • Verbleef tussen zijn 12de en 18de in verschillende voorzieningen
  • Droomt ervan om Kinderrechtencommissaris te worden

Wat vinden studenten jeugdhulp?

Kyala (3de jaar bachelor orthopedagogie, Odisee Brussel):
“Nu ik deze getuigenissen heb gehoord, ben ik er nog meer van overtuigd dat deze sector meer ervaringsdeskundigen nodig heeft. Wij kennen wel de theorie, maar zij voelen zoveel beter aan wat er moet gebeuren. Ik hoor mezelf tijdens stages vaak zeggen dat ik iemands verhaal begrijp, maar eigenlijk is dat niet zo. En ik denk dat ik zelf als cliënt ook sneller zou luisteren naar iemand die hetzelfde heeft meegemaakt. Om diezelfde reden hebben we ook meer hulpverleners van allochtone origine nodig. Ook zij kunnen een grote impact hebben. Gelukkig lijkt het tij te keren: in onze opleiding zijn toch al heel wat studenten met andere roots. In het gesprek werd vaak het belang van krachtgericht werken benadrukt – bij de Signs of Safety bijvoorbeeld – maar dat vind ik evident. In onze opleiding wordt dat er vanaf het eerste jaar ingepompt. Wij beschouwen dat niet als een vernieuwing, maar als iets normaals. Het zou jammer zijn als je mensen niet vanuit hun krachten wilt zien. Hoe kun je dan een goede hulpverlener zijn?”

Famke (3de jaar bachelor orthopedagogie, Odisee Brussel):
“De maatschappij blijft veranderen, dus moeten wij mee. Daarom vind ik community building zo belangrijk. Een goed netwerk is voor kwetsbare jongeren onmisbaar. Vroeger werden ze gewoon ergens in een voorziening gestopt, ver van de buitenwereld, maar dat moet veranderen. Jongeren hebben het recht om opgenomen te worden in de gemeenschap. En wij – als studenten – moeten ook zoveel mogelijk in hun wereld duiken en ervaringen opdoen. We leren enorm veel boeiende theorie op school, maar tegelijkertijd is er nog zoveel dat we niet weten. Daarom kijk ik zo uit naar mijn volgende stage: binnenkort vertrek ik naar Zuid-Afrika om er te werken met jeugddelinquenten.”

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.