Naar een autismevriendelijke samenleving

Mensen met autisme ervaren nog te veel hindernissen om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Het autismeplan van minister Vandeurzen streeft daarom naar een autismevriendelijke samenleving. Een snellere detectie, kwaliteitsvolle diagnostiek, proactieve ondersteuning en een betere beeldvorming rond mensen met autisme zijn enkele actiepunten.

Het strategische plan van de Vlaamse overheid heeft twee doelen: de participatiekansen van mensen met autisme verbeteren en de levenskwaliteit van de omgeving van mensen met autisme – vaak de ouders – verhogen.

Van strategie naar actie

Om van het strategisch plan een concreet actieplan te maken, en de uitvoering ervan in goede banen te leiden, wordt een intersectorale stuurgroep opgericht.

“De acties uit het autismeplan omvatten verschillende levensdomeinen, zoals welzijn, gezondheidszorg, werk, onderwijs en gelijke kansen”, zegt Ilse Noens, professor orthopedagogiek aan de KULeuven. “Daarom bestaat de stuurgroep uit vertegenwoordigers van de verschillende beleidsdomeinen. Die stuurgroep zal ook zorgen voor inspraak van de academische wereld, de Vlaamse Vereniging Autisme en ouders van kinderen met autisme. Want het is belangrijk dat ook mensen met autisme en hun omgeving worden betrokken.”

Proactieve hulp

Het autismeplan bestaat uit 15 acties, die niet allemaal van vandaag op morgen gerealiseerd kunnen worden. Ilse Noens haalt er enkele prioriteiten uit, zoals een betere detectie: “Om autisme vroeg op te sporen, is een belangrijke rol weggelegd voor de eerste lijn. Nu gaat vaak kostbare tijd verloren omdat huisartsen en consultatiebureaus de personen niet snel genoeg doorverwijzen voor diagnostiek.”

Daarnaast komt er meer aandacht voor een snelle diagnose en een toereikend zorgaanbod, om de wachttijden zoveel mogelijk te beperken. De kennis en expertise die in Vlaanderen aanwezig zijn, moeten op grotere schaal geïmplementeerd worden, bijvoorbeeld door aandacht voor autisme in de basis- en verdiepende opleidingen. Ten slotte wil men ook meer proactief hulp bieden.“Vaak komt de hulp pas wanneer er problemen zijn, terwijl het wenselijker is om problemen vóór te zijn. We weten dat mensen met autisme gevoelig zijn voor grote veranderingen in hun leven. Daarom moeten ze beter voorbereid worden op de overgang naar een andere levensfase, bijvoorbeeld van school naar werk of zelfstandig wonen.”

Mensen met noden én talenten

Maar ook de houding van de maatschappij tegenover mensen met autisme moet dringend veranderen. “We bekijken autisme vaak te negatief, terwijl mensen met autisme ook veel talenten hebben”, legt Ilse Noens uit. “Door niet alleen hun ondersteuningsnoden, maar ook de positieve kenmerken in de verf te zetten, krijg je een andere beeldvorming. Een brede sensibilisering moet een genuanceerder beeld geven.”

Daarnaast moet de samenleving ook toegankelijker worden. Mensen met autisme hebben behoefte aan duidelijkheid, voorspelbaarheid en klare taal. Ook de omgeving - denk maar aan infrastructuur, procedures, schoolmaterialen en architectuur - moet beter afgestemd worden op hun noden. Dat ontbreekt nu nog vaak in een OCMW, gemeentehuis of bibliotheek. “Als we de communicatie beter afstemmen, dan maken we het niet alleen voor hen gemakkelijker, maar ook voor andere mensen die kwetsbaar zijn, zoals niet-Nederlandstalige nieuwkomers, mensen met psychische problemen of met een verstandelijke beperking.”

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.