Interview Bart Sabbe

Voor kinderen en jongeren moet PVF nog flexibeler worden

In 2017 wordt de persoonsvolgende financiering (PVF) uitgerold: volwassenen met een handicap krijgen een budget om hun zorg en ondersteuning te organiseren. Volgende stap: PVF voor minderjarigen. Om dat in goede banen te leiden, is een taskforce in het leven geroepen.  Aan het hoofd staat Bart Sabbe, strategisch directeur van het Dominiek Savio Instituut in Gits.

U werkt al 22 jaar voor het Dominiek Savio Instituut. Vanwaar die keuze?

Bart Sabbe: “In mijn jeugd had ik geregeld contact met kinderen met een handicap. Eerst zette ik me vrijwillig in, maar het werd al snel duidelijk dat ik ook professioneel in die sector verder wilde. In 1994 ben ik bij Dominiek Savio begonnen, inderdaad al 22 jaar geleden. Wij begeleiden een 1000-tal cliënten, van jong tot oud, met een neuro-motorische beperking. Ongeveer de helft van hen wordt geholpen in hun gewone omgeving, met thuisbegeleiding bijvoorbeeld. Aanvankelijk werkte ik als directeur gehandicaptenzorg, maar sinds 2000 is die functie opgesplitst. Een collega neemt de dagelijkse leiding op zich en ik denk na over de toekomst, als strategisch directeur.”

Hebt u dan nog veel persoonlijk contact met cliënten?

Sabbe: “Absoluut, dat vind ik zeer belangrijk. Naast het strategische, ben ik eindverantwoordelijke voor het opnamebeleid. Uiteraard ben ik niet aanwezig bij elke nieuwe aanmelding, maar bij moeilijkheden word ik altijd geraadpleegd. Daardoor behoud ik de voeling met de vragen van de mensen zelf, en de moeilijkheden die ze soms ervaren bij het vinden van de goede oplossing.”

Hoe zijn die vragen in de loop der jaren geëvolueerd?

Sabbe: “Veel mensen verwachten dat de zorg meer vraaggestuurd gebeurt. De meesten zitten niet meer te wachten op een all-in-pakket, ze willen zelf kiezen hoe ze hun leven inrichten. Wij hebben bijvoorbeeld veel cliënten met een persoonlijk assistentiebudget (PAB) die dat combineren met andere vormen van hulp. Maar anderzijds is er een groep die toch blijft kiezen voor de veiligheid van ons beschermende aanbod. Daarom ben en blijf ik voorstander van een continuüm van mogelijkheden. Alleen dan kunnen we echt aansluiten bij de vragen van mensen. Keuzevrijheid is zeer belangrijk.”

Is dat continuüm ook de keuze die het beleid wil maken, volgens u?

Sabbe: “Ik denk dat iedereen beseft dat we ook in de toekomst nood zullen hebben aan verschillende mogelijkheden. Al is wel duidelijk dat we moeten evolueren naar inclusievere oplossingen, met meer participatiemogelijkheden. Daar is nog een inhaalbeweging nodig. Tussen 1970 en 2000 hebben we vooral een professionalisering van de zorg gezien, met de ontwikkeling van verschillende disciplines en methodieken. Maar misschien is de slinger toen wat te zeer doorgeslagen naar dat professionele. Daarom is nu een nieuwe evolutie aan de gang: de vermaatschappelijking. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat professionals uit de gehandicaptenzorg goed samenwerken met reguliere diensten. Neem nu de Huizen van het Kind: nu denken ouders van een kind met een beperking vaak dat zij daar niet geholpen kunnen worden. Ze worden snel doorverwezen naar gespecialiseerde diensten. Terwijl die Huizen er voor iedereen zijn.”

Het volledige financieringssysteem verandert: niet langer de voorzieningen, zoals Dominiek Savio, zullen middelen krijgen, maar de mensen zelf. Voelt dat voor u niet als een tweestrijd?

Sabbe: “Ik vertrek altijd vanuit hetzelfde principe: verandering komt sowieso. En we staan ook volledig achter de beweging naar een persoonsvolgende financiering. Een defensieve houding leidt meestal tot niets. Toch besef ik zeer goed dat dit nieuwe systeem een impact zal hebben op onze organisatie. Al merk ik dat de ongerustheid  op de vloer nog best meevalt. Medewerkers vragen zich wel af hoe de  kennis en expertise die met de loop der jaren is opgebouwd, verder ingezet kan worden. Hoe zullen ze die kunnen overhevelen naar het reguliere veld en wat is mogelijk?”

U staat aan het hoofd van de taskforce die PVF moet uitbreiden naar minderjarigen. Waarom heeft men voor u gekozen?

Sabbe: “Dat moet u aan de minister vragen. (lacht) Ik was nauw betrokken bij de taskforce die PVF voor volwassenen in de praktijk moest brengen. Een ingewikkeld proces, dat ik van nabij heb gevolgd. En ook door mijn ervaring en expertise rond minderjarigen, kwam mijn naam vaak naar voren.”

Hebt u getwijfeld?

Sabbe: “Toch wel. Dit is een complex verhaal met heel wat spelers. Dat zie je ook aan de samenstelling van de taskforce: daarin zitten vertegenwoordigers van de sector van personen met een handicap, Jongerenwelzijn, Kind en Gezin, onderwijs… En bovendien moet alles op vrij korte termijn gebeuren: tegen 1 januari 2019 zou PVF voor minderjarigen een feit moeten zijn. Het wordt dus een evenwichtsoefening: genoeg aandacht hebben voor het ruime, intersectorale verhaal. Maar toch ook snel in actie schieten. Want het decreet rond PVF is al goedgekeurd tijdens de vorige regeerperiode, met een breed draagvlak. Dan zou het niet fair zijn om tegen gezinnen te zeggen: nu moeten jullie nog vijf jaar wachten.”

Waarom kon PVF niet meteen voor volwassenen én jongeren ingevoerd worden?

Sabbe: “Er zijn toch een aantal grote verschillen. Zo moet je bij minderjarigen rekening houden met de verschillende ontwikkelingsfasen, die telkens een andere ondersteuning vragen. Een jong gezin zal vooral zoeken naar een nieuw evenwicht, naar de juiste therapie en ondersteuning, vaak in een thuiscontext. Later komen daar onderwijskeuzes bij, die gepaard gaan met nieuwe steun. En nog later, als die kinderen jongeren worden, zullen ze zelf meer inspraak willen. Het is niet de bedoeling dat zo’n gezin telkens weer door een hele procedure moet. We zullen een flexibel systeem moeten uitbouwen. Daar hoort ook de overgang naar 18 jaar bij. Bij minderjarigen is de regie in handen van de ouders, maar zodra een jongere 18 wordt, krijgt hij het budget zelf in handen. Op die overgang moeten jongeren goed worden voorbereid.”

“Het decreet rond PVF is al goedgekeurd tijdens de vorige regeerperiode, met een breed draagvlak. Dan zou het niet fair zijn om tegen gezinnen te zeggen: nu moeten jullie nog vijf jaar wachten”

En wat als de ouders niet in staat zijn om zo’n budget te beheren?

Sabbe: “In verontrustende situaties, of bij doorverwijzingen door de jeugdrechter, blijft de regie in handen van de aanmelder. In zulke situaties wordt enkel met vouchers gewerkt (normaal hebben cliënten de keuze om hun budget cash en/of in vouchers te laten uitbetalen, red). In een eerste fase gaan we ons wel vooral richten op situaties met vrijwillige hulpverlening.”

Jongeren met een beperking zijn extra kwetsbaar. Hoe vermijd je dat hun budget in foute handen valt?

Sabbe: “We mogen inderdaad niet blind zijn voor het feit dat sommige gezinnen met een handicap ook kampen met armoede, een lager opleidingsniveau hebben, minder werkzekerheid… Er moet dus zeker worden gezocht naar manieren om hen goed te ondersteunen. Het zou maatschappelijk niet verantwoord zijn om PVF voor te behouden voor de ‘sterke gezinnen’. Iedereen heeft er recht op, alleen hebben sommige gezinnen wat meer steun nodig. In het decreet PVF zijn verschillende bijstandsorganisaties voorzien, dat zou dus een rol voor hen kunnen zijn. En we hebben ook nog de jeugdhulpregie. In de eerste plaats vertrekken we vanuit de eigen regie van het gezin.  Maar als ze geen oplossing vinden, kan de jeugdhulpregie nagaan wat de reden hiervoor is en de nodige ondersteuning bieden.  We moeten ook nadenken over wat de mogelijkheden zijn, als we vaststellen dat het foutloopt.”

Hoeveel jongeren zouden in aanmerking komen voor PVF?

Sabbe: “Op termijn zal elk kind met een handicap dat erkend wordt door het VAPH een budget krijgen, cash of met vouchers. Er zijn nu ongeveer 750 minderjarigen met een PAB, en 11.000 kinderen en jongeren doen een beroep op een multifunctioneel centrum (MFC). Tel daar nog de gezinnen op de wachtlijst bij, en je komt – ruwweg – op 15.000 gezinnen.”

Is dat haalbaar: 15.000 budgetten?

Sabbe: “De hele financiering van de gehandicaptenzorg verandert, dus in die zin zou het haalbaar moeten zijn. Het zal eropaan komen goed in te schatten welke zorg jongeren nodig hebben. Wie nu bijvoorbeeld een PAB aanvraagt, wordt ingeschaald volgens zorgzwaarte. Stel dat de zorgzwaarte zeer hoog is en je een jaarlijks budget van 45.000 euro krijgt.  Dan is de vraag: wat heb je juist nodig? Misschien heb je op dit moment genoeg met 30.000 euro om de nodige ondersteuning te kunnen organiseren? We moeten dus meer rekening houden met wat de mensen werkelijk vragen. Al moeten ouders en jongeren dan wel voldoende vertrouwen hebben in het systeem: als de nood morgen zwaarder wordt, moet het budget ook weer aangepast kunnen worden. Hopelijk heeft het nieuwe systeem dat effect, waardoor we meer mensen kunnen helpen met evenveel middelen.”

Voelt u veel ongerustheid bij jongeren en ouders?

Sabbe: “Dat valt voorlopig best mee. Al zullen de vragen binnenkort wel komen, eenmaal er meer berichten in de media verschijnen. Maar ik heb niet het gevoel dat het bij ouders en jonge kinderen veel leeft. Bij jongvolwassenen wel: zij worden binnenkort 18 en hebben dus veel vragen. Hoe zal hun zorg er de komende jaren uitzien? Wat zijn de mogelijkheden van zo’n budget? Dat leidt soms tot onzekerheid, maar ook tot mooie verhalen.”

“Bij minderjarigen is de zorgregie in handen van de ouders, maar zodra een jongere 18 wordt, krijgt hij het budget zelf in handen. Op die overgang moeten jongeren goed worden voorbereid”

Is er een verhaal dat u altijd zal bijblijven?

Sabbe: “Ja, er is bijvoorbeeld een jonge kerel die in onze voorziening moest blijven tot zijn 26e, omdat hij geen plaats vond bij de volwassenen. Tot we hem uiteindelijk verplicht moesten uitschrijven: zeer pijnlijk. Gelukkig is er toen een noodoplossing gevonden waar hij kon gaan wonen, want terugkeren naar huis was helaas geen optie. Maar onlangs kreeg hij het bericht dat hij een persoonsvolgend budget krijgt. Ineens liggen alle opties open en kan hij op zoek naar een voorziening in zijn eigen regio.”

Bent u optimistisch over het slagen van deze taskforce?

Sabbe: “Het wordt geen makkelijke opdracht, maar we gaan er 100 procent voor. In december vond de startvergadering van de taskforce plaats: 35 mensen, met allemaal eigen vragen en bekommernissen. Toen heb ik volgend citaat gebruikt: ‘Niet iedereen kan twijfelen, er is licht voor nodig. Maar er is ook kracht nodig om ermee op te houden.’ Dat lijkt me een goede samenvatting. We moeten op zoek naar goede oplossingen, maar we moeten ook tijdig knopen doorhakken.”


Ontdek meer interviews in het overzicht
Bart Sabbe
Tekst en foto: Stefanie Van den Broeck

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Bij verontrusting wordt gepast opgetreden en bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.