Het intersectorale jaarverslag 2015

De weg ernaartoe was minstens zo belangrijk als het eindresultaat, een eindresultaat dat pas over enkele jaren optimaal zal zijn. Je kan er dus beter voor zorgen dat de reis kwalitatief is als het doel zo ver ligt.

Het intersectorale jaarverslag 2015

Het intersectorale jaarverslag 2015 verscheen op 6 juni 2016. Opvallende conclusie: veel kinderen en jongeren maken gebruik van jeugdhulp in een of andere vorm. Jeugdhulp staat dicht bij de mensen. De ondersteuning is gevarieerd: van heel laagdrempelig tot gespecialiseerd. Waar het kan, worden de eigen krachten van jongeren en hun netwerk versterkt. Yves Indeherberge blikt terug op de totstandkoming van het jaarverslag ...

Je was het voorbije jaar de trekker om tot een intersectoraal jaarverslag te komen. En ook voordien was je veel bezig met cijfers, bv. Micado. Wat trekt je precies aan in cijfers, als psycholoog van opleiding?

Het cliché wil dat cijfers altijd juist zijn, en vergissen menselijk is. De combinatie van beide geeft altijd vreemde vaststellingen over cijfers die ingevoerd worden door mensen. Cijfers zeggen daardoor vaker iets over hoe mensen registreren dan over wat men feitelijk te weten wil komen. Wat me brengt bij de verhouding tussen cijfers en de gevolgen die eraan worden gegeven. In mijn meer pessimistische dagen durf ik wel eens vloeken dat ik geen enkel cijfer geloof dat in de pers verschijnt, maar het is een persoonlijke drang om - en daar komt de (arbeids)psycholoog in mij naar boven - te komen tot een manier van registreren die als natuurlijk wordt ervaren. De sleutel hierin is eigenbelang. Als een gebruiker iets registreert omdat hij er zelf iets aan heeft en deze informatie ook kan dienen voor beleidsdoeleinden, dan zeggen cijfers de juiste dingen. BINC vind ik daarvan een geslaagd voorbeeld. De voorzieningen registreren o.a. de inzet van typemodules in schakelingen, waardoor zij automatisch gegevens over bezetting en benutting hebben en er een schat aan informatie voor beleidsdoeleinden ontstaat.

Heb je een favoriet cijfer of getal?

Met het reële risico nu als nerd over te komen, maar het antwoord is zonder twijfel pi. Zowel het getal, als de film van Darren Aronofsky. Waarom weet ik eigenlijk niet. Mogelijk de eindeloosheid en de onvoorspelbaarheid. En de drang om toch een soort patroon erin te vinden. Ik heb het ooit tot 100 cijfers na de komma gekend, maar daar schiet nu nog maar een fractie van over.

Dit jaar is het eerste intersectorale jaarverslag verschenen. Wat ging zoal aan de totstandkoming vooraf?

Bijna een jaar geleden zijn we gestart met de werkgroep ‘naar een intersectoraal jaarverslag’. Deze titel was voor mij belangrijk omdat er van bij aanvang het besef was dat het eerste jaarverslag vooral de aandacht zou richten op wat er nog niet is. De eerste slide van mijn presentatie op de allereerste werkgroep luidde ‘the journey is the destination’. Want de weg ernaartoe was minstens zo belangrijk als het eindresultaat, een eindresultaat dat pas over enkele jaren optimaal zal zijn. Je kan er dus beter voor zorgen dat de reis kwalitatief is als het doel zo ver ligt. De werkgroep is maandelijks samengekomen, vooral met de ambitie om elkaar uit te leggen waarmee iedere sector bezig is, om dit dan vervolgens te illustreren in cijfers. De laatste maanden hebben we het tempo van samenkomst wat opgedreven omdat de vergelijking tussen de verschillende onderdelen van het jaarverslag een huzarenstuk was.

Wat had in de praktijk het meeste voeten in de aarde?

Het venijn zat hem in de staart. Het zoeken in deze gigantische berg aan informatie naar conclusies en verbanden was een moeilijke oefening. Ik kon hiervoor gelukkig rekenen op de insteek van de verschillende afdelingen en sectoren, maar het bleef een evenwichtsoefening om alle sectoren in gelijke mate aan bod te laten komen.

Het persbericht spreekt over een grote realisatie. Toch zijn jaarverslagen geen nieuw gegeven voor overheidsentiteiten. Wat maakt dit dan toch zo bijzonder?

Dé verwezenlijking bevat tegelijk ook een verlangen naar meer: een schat aan informatie vanuit alle sectoren samenbrengen rond de procesvoering van de integrale jeugdhulp. Volgens mijn bescheiden mening zijn we hierin geslaagd maar wekt ze onmiddellijk de vraag naar de doorstroom; de overlap van jongeren tussen de verschillende sectoren van integrale jeugdhulp. Mijn droom is te komen tot een intersectorale afspraak om gebruik te maken van het rijksregisternummer in alle registratiesystemen. En als ik dan nog een stap verder mag gaan, te komen tot een consensus rond een handvol indicatoren - samen met de academische wereld - die door alle sectoren op eenzelfde manier geregistreerd worden, zodat zowel de sector als de beleidsanalyses er beter van worden.

Is er een rode draad in het jaarverslag? Waren er grote verrassingen of bevestigen de cijfers vooral de waarnemingen/percepties op het terrein?

Ik denk dat 2015 het jaar van de stabiliteit was, het jaar van het zich zetten van de processen zoals ze in 2014, bij aanvang van integrale jeugdhulp, uitgetekend waren. We merken dit o.a. op in de procesvoering van de intersectorale toegangspoort waarbij nagenoeg alle cijfers stabiel zijn gebleven. Een andere vaststelling is de weidsheid van de jeugdhulp. Deze wordt vaak onterecht verengd tot de zwaardere, curatieve hulpverlening terwijl er een heel scala aan jeugdhulp is dat laagdrempelig, op een evidente en niet-invasieve manier, in contact komt met kinderen en jongeren (o.a. via de CLB’s en de regioteams van K&G). Daarnaast vind ik het jammer maar begrijpelijk dat ieder jaar de focus gaat naar de cijfers van de wachtenden. Vaak wordt dit herleid tot een cijfer dat de waarheid onrecht aandoet. Want wachten gaat niet alleen over het aantal wachtenden, maar ook over gemiddelde wachttijden van jongeren die hulp krijgen en van jongeren die nu nog wachten op hulp. Hierdoor raken andere observaties ondergesneeuwd, zoals bv. de goede werking van de gemandateerde voorzieningen, toch een nieuw gegeven in het jeugdhulpverleningslandschap.

Lessons learned voor volgende edities?

Laten we positief beginnen. ;-) De samenwerking tussen de verschillende sectoren heb ik als heel aangenaam ervaren. Zoals altijd staat of valt alles met de juiste mensen rond de tafel te krijgen en dat zat vanaf het begin goed. De werkgroep is een groep van juiste mensen die wil komen tot een positief beeld van de jeugdhulp zonder de realiteit te ontkennen. Daarnaast heb ik ontdekt wat een fantastisch team er hier in Brussel zit. Geen moeite was hen te veel. Maar ook collega’s die feitelijk niets met het jaarverslag te maken hebben, kwamen spontaan hun hulp aanbieden.

De lessons learned wil ik eigenlijk samen met de werkgroep opmaken, maar persoonlijk heb ik mijn ambitie voor het volgende jaarverslag al gelegd bij het streven naar een geheel dat meer is dan de som van de afzonderlijke delen die we nu hebben. Ook zou ik misschien een aantal thema’s eruit willen lichten en deze meer in de picture zetten (zoals bv. de vluchtelingenaanpak).


Ontdek meer interviews in het overzicht
Jaarverslag jeugdhulp
Foto: Florian Van Eennoo

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.