Gemeenschapsinstelling De Zande na de vele veranderingen

Het personeel heeft enorm veel moed en flexibiliteit getoond

Met de opening van twee nieuwe leefgroepen op campus Beernem is opnieuw een belangrijke stap gezet in de uitbreiding en modernisering van gemeenschapsinstelling De Zande. Directeur Stijn Staes heeft er drukke maanden opzitten, net als het personeel. ‘We zijn er rotsvast van overtuigd dat wie in zijn kracht staat, zich beter voelt en betere hulpverlening kan bieden aan onze jongeren.’

Een nieuwe campus in Wingene, twee nieuwe leefgroepen in Beernem, straks verbouwingen in Ruiselede. Je weet vast wat gedaan in De Zande.

Stijn Staes (glimlacht): “Ja, het waren en zijn drukke tijden. In Ruiselede verbouwen we nog 6 leefgroepen. Dit zit in volle voorbereiding. Daarnaast voorzien we volgend jaar in maart ook nog een uitbreiding van 9 plaatsen.”

Verbouwingen en uitbreidingen zijn één ding, maar ook inhoudelijk lijken veranderingen op til?

Staes:  “Een verblijf in een gemeenschapsinstelling wordt meer en meer een schakel in een langer traject voor een jongere. Er wordt op maat gekeken wat het beste is voor de jongere en al tijdens zijn verblijf worden contacten gelegd met bv. private voorzieningen. Ook met de context wordt meer en meer gewerkt: het netwerk van de jongere wordt actief betrokken bij de hulpverlening en waar mogelijk versterkt, dit alles in samenwerking met onze partners. Als de jongere de gemeenschapsinstelling verlaat, moet hij versterkt aan een nieuwe fase in zijn traject kunnen beginnen.”

Er is ook een specifiek hulpprogramma voor meisjes?

Staes: “Voor meisjes die zich in een negatieve invloedssfeer bevinden, hebben we inderdaad een specifiek  hulpprogramma ontwikkeld. Het is een unieke samenwerking tussen de overheid en private partners waarbij ook de jeugdrechters nauw betrokken zijn. Binnen de algemene werking van campus Beernem worden enkele specifieke accenten gelegd, zoals werken rond seksualiteit, sociale media, motivatie en probleemoplossende vaardigheden. Tegelijk kan de private partner het netwerk van de jongere betrekken bij de hulp en samen werken aan oplossingen in functie van uitstroom.”

‘Men spreekt veel te lichtvaardig over het lachen: ik beschouw het als één van de ernstigste aangelegenheden van de mensheid”

Zitten er nog andere veranderingen in de pijplijn?

Staes: “We trachten in De Zande ook meer te werken met externe actoren. Zo werken we samen met Vital Borkelmans in een voetbaltraject voor jongens én meisjes! Verder hebben we samen een programma ontwikkeld met ‘Streetwize’, waarbij jongeren samen met managers werken aan de ontwikkeling van een mobiele school voor straatkinderen. Alles vertrekt vanuit de gedachte om (verder)  te bouwen op de krachten, sterktes en talenten van onze jongeren.”

“Ook voor onze personeelsleden hanteren we trouwens steeds meer dit uitgangspunt: hoe kunnen we ieders talent en sterkte laten aansluiten bij die van onze jongeren. Zo ontwikkelden we in Wingene een heel concept van workshops (bv. jambee, mountainbiken, vissen …) waar begeleiders en jongeren het beste van zichzelf kunnen geven.”

Eén van de pistes in het debat rond het nieuw jeugdrecht is om de gemeenschapsinstellingen enkel te gebruiken voor jongeren die een delict hebben gepleegd.  Zal dit effect hebben op de werking?

Staes: “De werking in onze gemeenschapsinstellingen is de voorbije jaren steeds meer forensisch onderbouwd. Dit betekent dat we met jongeren responsabiliserend, constructief en participatief werken rond het normoverschrijdend gedrag dat aanleiding gaf tot de plaatsing.  Voor het merendeel van de jongeren die nu bij ons verblijven, is dit een aanpak die nu al loont.  Het nieuwe jeugdrecht zal nog meer mogelijkheden scheppen om dit binnen een juridisch kader en met rechtsgaranties voor de jongere te kunnen doen.“

“Jongeren met een VOS-beschikking zouden in het nieuwe jeugdrecht niet meer terecht kunnen in een gemeenschapsinstelling. De private voorzieningen zullen hiervoor een gedifferentieerd aanbod moeten uitwerken zodat in bepaalde gevallen ook gesloten opvang voor VOS-jongeren mogelijk blijft.”

Het jaarverslag 2015 meldt: steeds minder jongeren plegen een delict, en toch wordt de capaciteit van de gemeenschapsinstelling uitgebreid. Hoe verklaar je die contradictie?

Staes: “De daling van de jeugddelinquentie in Vlaanderen is zeker een goede ontwikkeling. Maar de afgelopen jaren hebben we niet altijd tegemoet kunnen komen aan de vraag voor gesloten plaatsen voor jongeren. Wachtlijsten voor jongeren zijn een realiteit in elke regio. Een uitbreiding van capaciteit was dus nodig. Maar dit betekent niet dat we blijven uitbreiden.  Meer zorg bij de instroom (is geslotenheid echt wel nodig?) en een naadloze overgang naar vervolghulpverlening (een vlottere uitstroom) zullen ons in de toekomst steeds meer met de juiste doelgroep en met de juiste termijnen doen werken, zodat ook op die manier extra ruimte ontstaat.  Ook een meer flexibele inzet van capaciteit (meisjes of jongens/ time out mogelijkheden voor private partners …) afhankelijk van de noden, zal ons toelaten in te zetten waar nodig.”

‘Ook voor onze personeelsleden hanteren we steeds meer en meer dit uitgangspunt: hoe kunnen we ieders talent en sterkte laten aansluiten bij die van onze jongeren?’

De gemeenschapsinstellingen zijn uitgebreid doorgelicht door Zorginspectie. Tevreden met het rapport?

Staes:Het rapport van Zorginspectie stelt nog vragen bij onze onthaalprocedure van jongeren, en ook de klachtenprocedure moeten we verder onder de loep nemen. Maar over het algemeen leverde Zorginspectie een zeer positief rapport af.”

Om de vele veranderingen binnen gemeenschapsinstelling De Zande in goede banen te leiden, ben jij aangetreden als veranderingsdirecteur. Hoe heb je dat aangepakt?

Staes: “Het was een enorme uitdaging. Een nieuwe campus openen en tegelijk uitbreiden, en de algemene leiding opnemen is een once-in-a-life-time event! Het was een groot project dat vanuit vele perspectieven benaderd moest worden: personeel, logistiek, inhoud, administratief en operationeel blijven. Om dit alles in goede banen te leiden, hadden we een prachtteam en op drie maanden tijd hebben we enorm veel verwezenlijkt. Dit vroeg om nauw met heel veel mensen op alle niveaus samen te werken en mensen in hun kracht te zetten. We zijn nu een jaar later en ondertussen is er enorm veel veranderd.  Na 150 jaar jongens zijn er ook meisjes in Ruiselede, zijn alle teams door elkaar gemixt en zijn er een pak nieuwe collega’s bijgekomen.”

Hoe heeft het personeel dat volgens jou ervaren?

Staes: “Het personeel heeft dit jaar enorm veel moed, durf en  flexibiliteit getoond. Velen zijn van team verwisseld, een nieuwe campus, nieuwe werkomgeving… Dit heeft veel geduld en begrip gevraagd van iedereen. Ik stond versteld van de grote draagkracht om gedurende deze tijden toch heel kwalitatieve hulp te blijven bieden aan onze jongeren. Het was soms niet makkelijk maar het was vaak ook heel leuk, diepgaand. We moesten soms van nul beginnen! Binnenkort krijgen we de resultaten van de personeelspeiling: ik zal je dan kunnen vertellen hoe dit werd ervaren. (glimlacht) Ik kijk er wel naar uit!”

Een organisatie stopt niet met evolueren, hoe hou je je medewerkers gemotiveerd en aan boord?

Staes: “We trachten vanuit het management toch heel kracht-, talent- en sterktegericht te werken. We zijn er rotsvast van overtuigd dat wie in zijn kracht staat, zich beter voelt en betere hulpverlening kan bieden aan onze jongeren. We streven naar open en duidelijke communicatie en staan voor een samenwerkende en vernieuwende organisatie. Zo hopen we iedereen altijd betrokken te houden bij de laatste ontwikkelingen, meer nog: we willen iedereen daar maximaal bij betrekken. Nieuwe mogelijkheden blijven zien, levendig en innovatief blijven!“

Nog een eigen boodschap die je wilt meegeven?

Staes: In De Zande kent men mij van quotes en cartoons. Meestal gepikt J. Dus laat ik er eentje meegeven van  Wilhelm Raabe (1831-1910), een Duits romanschrijver:  ‘Men spreekt veel te lichtvaardig over het lachen: ik beschouw het als één van de ernstigste aangelegenheden van de mensheid.’”

Bedankt voor dit gesprek en veel succes bij alle nieuwe plannen in De Zande!


Ontdek meer interviews in het overzicht
Stijn Staes

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.