2.326

Aantal jongeren met een MOF-maatregel

n 2015 hebben 16.859 minderjarigen een dossier bij de jeugdrechtbank. Slechts 2.326 van hen (13,8%) heeft een maatregel als gevolg van een misdaad omschreven feit (MOF). Deze dalende trend tekent zich al een aantal jaren af.

Aantal MOF-maatregelen

2015

2.326

2014

2.547

2013

2.658

2012

2.759

2011

3.134

Deze daling wordt ook bevestigd door de cijfers van de jeugdparketten en door wetenschappelijk onderzoek, onder meer van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Dat weerlegt de perceptie dat jeugddelinquentie toeneemt, en dat de daders steeds jonger worden.

Wat betekent een ‘als misdrijf omschreven feit’?

De sociale diensten voor gerechtelijke jeugdhulp (SDJ, ook wel gekend als de sociale diensten bij de jeugdrechtbank) begeleiden minderjarigen in verontrustende situaties (VOS) en jongeren die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd. Omdat minderjarigen, volgens de wet op de jeugdbescherming, geen misdrijf kunnen plegen gebruikt men deze term.

Maatschappelijk onderzoek

Als een jongere voor de jeugdrechter komt, geeft die de sociale dienst de opdracht tot een maatschappelijk onderzoek. Dat gebeurt door consulenten. Een consulent voert gesprekken met de jongere, ouders en andere betrokken personen om zicht te krijgen op:

  • de leefsituatie;
  • de aanwezige zorgen en krachten binnen het gezin en zijn omgeving;
  • de ontplooiingskansen en de veiligheid van de minderjarige.

Dat onderzoek leidt tot een geschreven verslag aan de jeugdrechter, waarin de consulent onder meer de eventuele nood aan een gerechtelijke maatregel motiveert en een advies formuleert. De jeugdrechter neemt uiteindelijk de definitieve beslissing.

Bij de jeugdrechter

Als de jeugdrechter beslist dat een gerechtelijke maatregel nodig is, zal de sociale dienst er mee voor zorgen dat de maatregel wordt uitgevoerd.

De wet van 8 april 1965 bepaalt welke maatregelen de jeugdrechter mag opleggen. Kort samengevat zijn dit:

  • de minderjarige een berisping geven;
  • de minderjarige en zijn gezin onder begeleiding plaatsen van een consulent van de sociale dienst;
  • een herstelgerichte maatregel opleggen;
  • de jongere plaatsen in een voorziening of in een gemeenschapsinstelling.

In uitzonderlijke situaties én als het om een zeer ernstig misdrijf gaat, kan de jeugdrechter beslissen om de jongere uit handen te geven. In dat geval zal een gewone strafrechtbank over de situatie oordelen.

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.